zondag 21 februari 2010

Nut en noodzaak van het interactieve web


Bijna halverwege '23 dingen' maken we de balans op. Wat hebben we geleerd en heeft het geleerde enig nut voor ons werk, want daar gaat het uiteindelijk om. Interactiviteit gaat over de relatie die je aan wilt gaan met je publiek en als het goed is staat je daarbij een bepaald doel voor ogen: verbetering van de dienstverlening, een grotere bekendheid van je archieven en collecties, een grotere toegankelijkheid van je archieven en collecties en meer in het algemeen doelmatigheid. Daarnaast geeft het bekend en vetrouwd raken met de aangeboden tools inzicht in de (on)mogelijkheden van de toepasbaarheid ervan.

Het evaluatierapport van het Nationaal Archief over hun Flickr project wees uit dat nader ontsuiten door het publiek minder uit de verf kwam dan verwacht. Wel trok de eigen site nu beduidend meer bezoekers danzkij aanwezigheid op Flickr. Het Stadsarchief Amsterdam gebruikt Flickr om digitale foto's te acquireren. Flickr en Youtube zijn wel degelijk interessante kanalen voor ons om meer publiek te trekken, maar ook om meer bekendheid te geven aan onze collecties. Youtube is ook interessant omdat je daar eenvoudig films kunt 'stallen' (geen hostingskosten) die je vervolgens embed in je eigen site.

Welke kanalen je kiest om met je publiek in contact te treden is afhankelijk van wat je met je dienstverlening wilt. Wil je passief zijn of juist actief en als je je publiek actief benadert, welke oogmerken heb je daar dan bij? Bijvoorbeeld: bekend maken bij een bepaalde doelgroep dat er voor hen interessante aanwinsten zijn (RSS feeds?), opmerkingen/klachten over het GAR signaleren (Google Alert) en daar op reageren?

Studenten die deelnamen aan een Focusgroep ter ontwikkeling van normen voor een handvest dienstverlening, eind vorig jaar, stelden dat ze best op de hoogte wilden blijven via bijvoorbeeld Twitter van onze activiteiten.

Via Google Documents grote bestanden delen kan een manier zijn om niet alleen collega's, maar ook klanten ter wille te zijn.

Met chatten wordt binnenkort een proef gestart. Je moet je niet alleen afvragen welke tool je voor wie inzet, maar ook wanneer? Als de piektijden van het gebruik van onze site 's avonds liggen, moeten we dan ook niet juist 's avonds bepaalde diensten verlenen (chatten?).

In toenemende mate raken onze klanten gewend aan het werken met bepaalde applicaties en presentaties die ze op den duur volkomen vanzelfsprekend vinden. Hoezo kan ik de foto's uit uw database niet koppelen aan mijn Google Maps?

Bloggen, zie de proef met Kaat Mossel, kan ons veel PR bezorgen. Bloggen kun je ook gebruiken om een bepaalde doelgroep te betrekken bij activiteiten die je aan het ontwikkelen bent. Bijvoorbeeld blog rond een educatief project.

De mogelijkheden zijn legio, onze capaciteit is niet oneindig. Daarom zullen we moeten kiezen. Na afloop van '23 dingen' zijn we goed in staat om deze keuzes te maken. Danzkij de cursus verdwalen we niet in een doolhof van mogelijkeden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten